De Tafeltekst

 Reacties uitgeschakeld voor De Tafeltekst
dec 092014
 

Waarom hebben we iedere week een tafeltekst?

Onze maaltijden mogen ontmoetingen met God en met elkaar zijn (worden). Dat is de diepe inhoud van de woorden van Jezus: Johannes 21:12Jezus zeide tot hen: Komt en houdt de maaltijd.

Dit was niet het ‘Heilig Avondmaal’, maar een gewone maaltijd, die ongewoon werd door de aanwezigheid van Jezus en daardoor tot een gewone, heilige maaltijd werd. Er was geen bijzonder brood en geen bijzondere wijn maar al het gewone wordt geheiligd door het Woord van God en door het gebed: 1 Timotheus 4:4,5. Want alles wat God geschapen heeft, is goed en niets daarvan is verwerpelijk, als het met dankzegging aanvaard wordt, want het wordt geheiligd door het woord Gods en door gebed.

Echt maaltijd houden, zoals God het voor ons bedoelt, is een heilig gebeuren, een samen komen voor Zijn aangezicht. Het wordt een heilig gebeuren door de maaltijd te ‘omkleden’ met het Woord van God en met het gebed. Het gebed moet dan ook echt een gebed, een spreken met God zijn en de tafeltekst moet dan ook echt Woord van God zijn. Zowel het gebed als de tekst zullen echt zijn, als we verwonderd zijn en ons gelukkig prijzen dat we elkaar in Jezus mogen ontmoeten tijdens het houden van de maaltijd (Joh 21:12).

Tafeltekst week 2018 – 09

 Reacties uitgeschakeld voor Tafeltekst week 2018 – 09
feb 232018
 

Vreest niet, want God is gekomen om u op de proef te stellen, en opdat er vrees voor Hem over u kome, dat gij niet zondigt.

                                                                                              Exodus 20:20

Bijna zeventig keer staat in de Bijbel (het Oude Testament) dat God de mens tegemoet komt met: ’Vrees niet’. Het Hebreeuwse werkwoord heeft vaak een tegengestelde betekenis. Het meest heeft het de betekenis van ‘vrezen, bang zijn voor’, maar vaak heeft het een andere betekenis, zoals ‘eren’ (Richt. 6:10) of ‘met ontzag vervuld zijn’ (1 Kon. 3:28).

Twee keer komt dit werkwoord in onze tafeltekst van de komende week voor. ‘Vreest niet’ en dan betekent het inderdaad: weest niet bang. Maar in het tweede gedeelte heeft het de betekenis van ‘met ontzag vervuld zijn, vereren’.

Als we bang zijn voor God, proberen we om Hem te ontlopen, maar als we met ontzag vervuld zijn, willen we Hem kennen in al onze wegen, opdat Hij onze paden recht zal maken (Spr. 3:6) Ken Hem in al uw wegen, dan zal Hij uw paden recht maken.

Als we vervuld worden met een diep ontzag voor God, leren we Hem kennen, zoals Hij werkelijk is. Dan worden we verlost van al onze eigen ‘godsbeelden’. Vol verwondering en geluk buigen we ons voor Hem: vertrouwen we ons aan Hem toe. Dan gaan we Hem liefhebben, boven alles. En in het schuilen bij Hem, heeft de boze geen vat op ons: 1 Joh. 5:18 Wij weten, dat een ieder, die uit God geboren is, niet zondigt; want Hij, die uit God geboren werd, bewaart hem, en de boze heeft geen vat op hem.

Maar geen mens kán bij God schuilen zonder gereinigd te zijn van de zondelast, d.w.z. van de vijandschap tegen God! En het is niet genoeg om te geloven dat Jezus is gestorven, opdat deze vijandschap doorbroken zou worden, want dat doen de boze geesten ook: Jak. 2:19  Gij gelooft, dat God één is? Daaraan doet gij wél, [maar] dat geloven de boze geesten ook en zij sidderen.

Nee, het is onmogelijk om bij God te schuilen tenzij wij een ‘nieuwe schepping’ zijn: een wedergeboren mens. Daar valt de diepe scheiding tussen mensen die het ‘wel geloven’ en de mensen die werkelijk ‘leven’.

Als in onze tafeltekst staat dat God ‘gekomen is’, dan betekent dit, dat God ons ‘opgezocht’ heeft, dat God is ‘neergedaald’ tot ons, verloren mensen, om ons uit te redden. Dat wijst naar de komst van Jezus Christus. Uit die hoop hebben Adam en Eva al geleefd en met hen al de mensen van de ‘heilige lijn’ die in het Oude Testament van de Bijbel beschreven staat.

Daar mogen ook wij uit leven, door het geloof dat de Christus gekomen is. En dus niet alleen door te geloven, maar door te leven uit de werkelijkheid van de verlossing. Dan kunnen we, ieder moment van de dag, onze toevlucht zoeken bij Hem, die ons tegemoet is gekomen, Jezus Christus, die ons bij de Vader brengt: Joh. 14:6 Ik ben de weg en de waarheid en het leven; niemand komt tot de Vader dan door Mij.  

Als door de dagelijkse wandel met Jezus de eerste vrees (bang zijn voor God) verdwenen is, schuilen we als onbevangen kinderen bij Vader, die ons onderwijst en ons de weg wijst, waar we dan niet meer van kunnen afdwalen. Want door beproevingen heen, leert Hij ons, bij Hem te blijven schuilen, zodat de boze geen vat meer op ons heeft.

Dan blijkt het heel duidelijk dat alleen Hijzelf de garantie voor ons leven is, dat wij ‘niet zondigen’: niet meer van het doel en de zin van het Leven af te leiden zijn. Dat betekent dat Hij Zelf het is die ons, door beproevingen heen, leert om voor tijd en eeuwigheid aan Hem ‘verkleefd’ te zijn en te blijven: Psalm 63:9 Mijn ziel is aan U verkleefd, uw rechterhand houdt mij vast.

Voor de duidelijkheid nu nog een vrije vertaling van onze tafeltekst: ‘Wees niet bang, want God is tot ons neergedaald om ons betrouwbaar te maken (in de wandel met Hem) zodat er een kinderlijk ontzag voor Hem over ons komt, zodat wij, aan Hem verkleefd, nooit meer van het Levenspad zullen afdwalen’.

 

Tafeltekst week 2018 – 08

 Reacties uitgeschakeld voor Tafeltekst week 2018 – 08
feb 162018
 

Hij heeft u bekend gemaakt, o mens, wat goed is en wat de HERE van u vraagt: niet anders dan recht te doen en getrouwheid lief te hebben, en ootmoedig te wandelen met uw God.

Micha 6:8 

Micha profeteerde in de tijd van koning Hizkia. Hij was een tijdgenoot van de profeet Jesaja. Micha sprak vol gloed over de komst van het Vrederijk (Micha 4:1-4) als troost voor degenen, die zijn profeteren over de ondergang van het noordelijke Rijk ter harte hadden genomen (Micha 1:1-8). Maar hij geselt de zonden van de heersende klassen: de omkoopbaarheid van de profeten, de hebzucht van de priesters die ook recht spraken, en de hardvochtigheid van de rijken jegens de armen (hoofdstuk twee en drie).

Maar te midden van al deze harde woorden tegen een volk dat, zelfgenoegzaam, niet meer luisteren wil naar de stem van God, staan deze liefelijke woorden, die voor deze week onze tafeltekst zullen zijn: Hij heeft u bekendgemaakt, o mens…

Micha en Jesaja waren in die tijd niet de enige profeten. Het was de bloeitijd van de profeten: ze waren wat je noemt ‘in’. Ze hoorden bij het leven van de hoge stand in Israël, ze werden uitgenodigd bij de luisterrijke feesten.

Maar naar wat zij spraken in de Naam van God, werd niet geluisterd. Ach ja, wel geluisterd, maar niet aan gehoorzaamd. We hoeven dat niet verder uit te leggen, want dat begrijpen we maar al te goed…  De woorden van onze tafeltekst waren voor degenen die wél luisteren wilden. Want alleen aan de luisterende mens kan God iets ‘bekend maken’. Dit ‘bekendmaken’ heeft niets te maken met ‘proclameren’. Maar wel met ‘mededelen’ of beter nog met ‘duidelijk maken’, ‘te kennen geven’, of nog beter: ‘te weten laten komen’, ‘uitleggen’.

Ook hier leren we God weer kennen zoals Hij werkelijk voor ons wil zijn: een liefdevolle, zorgzame Vader, voor hen die niet alleen Zijn schepsel willen zijn, maar kind willen zijn, zoon en dochter willen zijn.

Aan hen vertelt Vader, dat het leven zo eenvoudig is, in het schuilen bij Hem. Hij vraagt van Zijn kinderen niet anders dan. Dat betekent: ‘alleen maar’. De woorden, zoals ze in onze tafeltekst vertaald staan, klinken nogal zwaar: niet anders dan recht te doen. Maar we mogen het ook anders vertalen: niet anders dan te gehoorzamen aan wat Hij ons heeft voorgeschreven. Gods voorschriften zijn aanbevelingen, richting aangevend voor werkelijk leven: Tora, wat dus niet slechts wet betekent. Als we God hebben leren kennen als onze liefhebbende, eeuwige Vader, dan beleven we de rijkdom van Zijn voorschriften, van de Tora, als raadgevingen, die overigens wel dienen opgevolgd te worden, willen we echt kunnen leven.

Dan gaat onze tekst verder met: en getrouwheid lief te hebben. Het woord ‘getrouwheid’ klinkt ook weer zo zwaar. Maar dit woord krijgt zo veel warmere inhoud als we zien hoe het ook vertaald kan worden, met: ‘goedheid’, ‘vriendelijkheid’ of ‘vriendschap’. Laten we er vooral op letten dat er niet staat: getrouwheid in acht nemen of zoiets, maar liefhebben.

En nu nog het laatste gedeelte van deze liefelijke woorden van de overigens zo strenge profeet Micha: en ootmoedig te wandelen met uw God. We gebruiken het woord ‘ootmoed’ vaak zonder werkelijk te verstaan wat dat betekent. In onze tekst staat er niet ‘ootmoed’ maar ‘ootmoedig zijnde’. Het staat in een werkwoordsvorm die om een andere vertaling vraagt: ‘bescheiden zijn’.

Onze tafeltekst roept ons op om in het wandelen met God, in het Hem kennen in al onze wegen, geen geweldenaar te zijn.

Als we van harte onze tafeltekst opzeggen, dan spreken we uit dat we in alle eenvoud Vader willen gehoorzamen, Die ons dan veilig in het Koninkrijk van Zijn Zoon zal aanbrengen. Want Hij is niet alleen onze Hemelse Vader, maar de HERE. En dat is: Degene, Die in alles het laatste Woord heeft.

Tafeltekst week 2018 – 07

 Reacties uitgeschakeld voor Tafeltekst week 2018 – 07
feb 092018
 

Gij maakt mij het pad des levens be­kend; overvloed van vreugde is bij uw aangezicht, liefelijkheid is in uw rech­terhand, voor eeuwig.       

Psalm 16:11

We hebben voor deze week een jubeltekst uit de Psalmen. Laat het maar jubelen, elke dag dus wel drie keer! Wat een vreugdevolle ontdekking geeft die eerste regel weer: Gij maakt mij het pad des levens be­kend; … We ontdekken het pad des levens dus niet zelf, door studie of meditatie, maar God maakt ons het pad des levens bekend.

Dit ‘bekendmaken’ heeft niets te maken met ‘aankondigen’, ‘proclameren’ of iets dergelijks. Nee, we kunnen het veel beter vertalen met: ‘doen verstaan’, zoals in Deut.29:4  Doch de HERE heeft u geen hart gegeven om te verstaan of ogen om te zien, of oren om te horen, tot op de huidige dag. Ja, zo was het toen Israël nog in de woestijn ronddoolde. Maar de psalmist jubelt het uit: Ik mag het pad des levens verstaan!

We kunnen ‘bekendmaken’ ook nog met ‘zich bewust zijn van’ vertalen, zoals in 1 Kon.2:44 Gij weet al het kwaad, – uw hart is zich daarvan bewust -, dat gij mijn vader David hebt aangedaan; … Verder is ook een heel mooie vertaling: ‘aanwijzen’, zoals in Job 38:12 Hebt gij ooit in uw leven de morgen ontboden, de dageraad zijn plaats aangewezen, …

En het woord ‘pad’ mogen we ook vertalen met ‘wandel’ of ‘levensweg’. Terwijl we het Hebreeuwse woord ‘leven’, ‘chai’, beter kunnen vertalen, als het om mensen gaat, met: actieve levendigheid. Hoe begrijpelijk wordt dan de vreugde die van deze tekst uitstraalt: Gij maakt mij bewust hoe sprankelend het leven is dat U ons schenkt.

Nu gaan we naar de tweede versregel: overvloed van vreugde is bij uw aangezicht, … We beginnen maar bij het laatste gedeelte, want daarin zit de kern van deze regel: bij uw aangezicht. Het woord ‘aangezicht’ is ook te vertalen met ‘tegenwoordigheid, aanwezigheid’. Heel eenvoudig is deze regel daarom te vertalen met: Als we in Uw aanwezigheid zijn dan worden we verzadigd van vrolijkheid en blijdschap.

Het is schokkend dat deze woorden voor ons haast revolutionair lijken. Want godsdienst is meestal een plechtige aangelegenheid. Maar ook ontaardt het vaak in een soort van “uit je dak gaan”… “Godsdienst is opium voor het volk” is een gezegde uit de twintiger jaren van de vorige eeuw. Maar dat is het nog.

Alleen in de echte ‘aanwezigheid’ van God is waarheid. Van deze werkelijkheid getuigt koning David en alleen als wij deze werkelijkheid kennen in ons leven, kunnen ook wij deze woorden uitjubelen…   Als we in Uw aanwezigheid zijn dan worden we verzadigd van vrolijkheid en blijdschap. Wat een zegen als ons huis, als de Gemeente waar wij toe mogen behoren, vervuld is met de aanwezigheid van God, waarvan zowel het Oude – als het Nieuwe Testament getuigen: Gen.28:15 En zie, Ik ben met u en Ik zal u behoeden overal waar gij gaat, … en: Matt.28:20 En zie, Ik ben met u al de dagen tot aan de voleinding der wereld.

Het kan gewoonweg niet op. Want in de aanwezigheid van God is er pure blijdschap en vreugde. Daarom zegt David in de derde regel van dit lied: liefelijkheid is in uw rech­terhand, voor eeuwig.

Liefelijkheid heeft niets te maken met ‘zoetigheid’. Nee, dit woord is te vertalen met: ‘aangename, goed klinkende muziek’. Daarbij moet ik denken aan de woorden van Paulus uit Efeziërs 5:19 en spreekt onder elkander in psalmen, lofzangen en geestelijke liederen, en zingt en jubelt de Here van harte.

Dit komt zomaar vanzelf, als we verstaan wat de woorden: in uw rech­terhand, inhouden. ‘Rechterhand’ is een Hebreeuws woord met heel veel betekenissen, zoals: ‘recht, rechterhand, rechterzijde, rechts (van richting), zuidwaarts’. Maar figuurlijk betekent het: ‘het recht, het goede beleven in Zijn nabijheid’. Deze laatste regel van dit psalmvers kunnen we dus vertalen met: In Uw nabijheid kunnen we pas echte muziek maken.

En nu nog: voor eeuwig. Het Hebreeuwse woord, dat hier gebruikt wordt, wijst op de inhoud van het eeuwig voortdurende: steeds maar doorgaande begeleiding. Het gaat hier om de eeuwigdurende nabijheid en begeleiding van God, waardoor we van harte vrolijk kunnen zijn.

Als we deze tafeltekst opzeggen, dan willen we dus alle ‘Baäldienst’ voorgoed afzweren om alleen nog maar Gods nabijheid te zoeken tot in ieder detail van ons leven.

Tafeltekst week 2018 – 06

 Reacties uitgeschakeld voor Tafeltekst week 2018 – 06
feb 022018
 

Maar de rechtvaardigen ver­heugen zich, zij juichen voor Gods aangezicht­ en zijn blijde met vreugdebetoon.  

                                                                                                        Psalm 68:4

Omdat onze tafeltekst begint met het woordje ‘maar’, moeten we wel aandacht besteden aan wat er voor staat. Belangrijk is vooral in het tweede vers van deze psalm de tekst: God staat op. Dit is een prachtige uitdrukking. De eigenlijke betekenis is: God maakt Zich gereed, gaat op weg. Hij verheft Zich dus. Want het betekent: God laat zich zien, Hij openbaart Zich, Hij treedt handelend op. Dit is de grondtoon van deze psalm: God is niet ver weg, maar heel nabij. Hij ontfermt Zich over ons. Alle ellende verdwijnt dan als sneeuw voor de zon. Alles wordt dan eenvoudig, omdat de duisternis op de vlucht gaat.

En dan komt onze tafeltekst: Maar de rechtvaardigen ver­heugen zich. Wat zijn de ‘rechtvaardigen’? Dat zijn degenen die onschuldig zijn. Wat zijn dat voor mensen? De Prediker zegt: Prediker 7:20 Want niemand op aarde is zo rechtvaardig, dat hij goed doet zonder te zondigen. Maar dan kunnen er toch geen onschuldigen bestaan?

Daarom is het woord ‘rechtvaardige’ juist ook zo mooi, want een rechtvaardige is iemand die ‘recht vaart’, in wie niets ‘dubbel’ is. Een rechtvaardige bestaat alleen bij het wonder, dat God ‘opstaat’, Zich openbaart. Want alleen dan komt er duidelijkheid: licht is licht en duisternis blijkt echt duisternis te zijn. Alleen als God Zich openbaart, komt er een scheiding van geesten; wie bij Hem schuilt wordt verlost van al het ‘dubbele’, van alle kronkels… En onze tafeltekst beschrijft het ‘schuilen bij Hem’ op zo’n rijke manier.

Om dit duidelijk te maken zouden we de tekst beter kunnen veranderen; de zaken een beetje omkeren: Zij die zich ver­heugen en juichen voor Gods aangezicht­, en die blijde zijn met vreugdebetoon, zijn rechtvaardigen. Een rechtvaardige is dus iemand die zich verheugt.

Dit werkwoord ‘verheugen’ betekent: innerlijk blij zijn. Echte innerlijke vreugde is er alleen, als je opmerkt, dat God naar ons omziet, dat Hij handelend optreedt: Openbaring 21:5 Zie, Ik maak alle dingen nieuw. Geen mens kan deze tafeltekst, die uitpuilt van vreugde en blijdschap en pret, van harte opzeggen, tenzij hij z’n denken laat bepalen door het handelen van God. Dus niet meer door de complexiteit van het leven, wat een gevolg is van het bepaald laten worden door de wereld-geesten.

Wie uitgekeken is op de wereld van vandaag, door uit te zien naar het handelen van God, die gaat deze vreugde beleven, gaat deze vreugde voelen opborrelen in z’n hart. Dat is de blijdschap die een vrucht is van Gods Geest: Galaten 5:22 Maar de vrucht van de Geest is liefde, blijdschap, vrede, lankmoedigheid, vriendelijkheid, goedheid, trouw, zachtmoedigheid, zelfbeheersing. Wie dat eenmaal geproefd heeft, verstaat het dat de rechtvaardigen ‘innerlijk blij zijn’ . . .

Maar onze tafeltekst tuimelt nog verder in de blijdschap: zij juichen voor Gods aangezicht. Dit ‘juichen’ is heel speels: opspringen, huppelen van vreugde. Ja, daar is die ‘innerlijke’ vreugde voor nodig. Maar die is er ook alleen als we voor Gods aangezicht zijn. Dit betekent: in Gods tegenwoordigheid zijn.

Geheel anders is dat toch dan in de ‘godsdienstigheid’. Daar wordt alles zo steriel-plechtig, met kaarsen en wierook…  Nee, de beschrijving van een ‘rechtvaardige’ in de Bijbel is zo anders. Een rechtvaardige is een kinderlijk, speels en blij mens, omdat hij God kent in alle details van zijn leven. Daar heb je geen kaarsen en wierook voor nodig. Al dat ‘plechtige’ bevredigt alleen maar het vrome vlees. En dat kent een rechtvaardige niet. Nee, hij is blijde met vreugdebetoon.

Dit ‘blijde’ beleeft niets van ‘plechtigheid’, want het betekent: vrolijkheid, plezier, feestelijkheid. En het woord ‘vreugdebetoon’ beschrijft de bron van de vreugde. Dit is geen vreugde om de pret, maar ‘plezier hebben in’… de aanwezigheid van God!

Als we onze tafeltekst opzeggen, mogen we beseffen, dat deze echte vreugde er alleen kan zijn – te midden van alle verwording en vervreemding van God –  als wij, juist daarom, alleen nog maar bij Hem schuilen, letten op Zijn handelen onder ons. Dan maakt God Zelf ons immers tot ‘rechtvaardigen’, die zo geheel anders zijn dan we dachten: eenvoudige, blije mensen, die het nooit kunnen nalaten, om onder alle omstandigheden naar Gods handelen te blijven kijken.

 

Tafeltekst week 2018 – 05

 Reacties uitgeschakeld voor Tafeltekst week 2018 – 05
jan 262018
 

De nacht is ver gevorderd, de dag is nabij. Laten wij dan de werken der duisternis afleggen en aandoen de wapenen des lichts!     

Romeinen 13:12

De tafeltekst van deze week spreekt overdrachtelijk over dag en nacht. In deze zin moeten we het woord ‘dag’ zien als de tijd om zich te onthouden van uitspatting, ondeugd, misdaad, omdat daden van die aard ‘s nachts en in duisternis bedreven worden. Het woord ‘dag’ kun je dus zien als een symbool van alles wat het licht verdragen kan, het licht niet schuwt.

Daar tegenover staat dan het begrip ‘nacht’ als de tijd waarop het normale werk stil ligt, de tijd voor daden die het licht niet verdragen, de tijd van het leven in de dood…

Onze tekst zegt: De nacht is ver gevorderd. Dit ‘ver gevorderd’ kunnen we ook vertalen met: ‘snelle voortgang hebben, toenemen’. Het ‘nachtleven’ is er altijd geweest, door de eeuwen heen, maar nu is ‘de dag’ – de periode dat men werkt – er vaak alleen om het nachtleven te beleven: de tijd van de dood, de tijd voor daden van zonde en schande.

Dit laatste is overigens alleen de beschrijving van dit alles, vanuit het ‘licht’ gezien, want in ‘de nacht’ is dit alles eigenlijk gewoon, gezellig, ontspannend etc.

De nacht is ver gevorderd betekent dat het hierboven beschreven leven, wat vroeger alleen ‘s nachts plaats vond, nu niet meer verborgen is, maar ‘gewoon’ is geworden. En dat we er steeds meer gewoon aan raken, tenzij we ons bewust worden, dat ‘de dag nabij is’, zoals onze tafeltekst ons vertelt.

Heel vaak wordt in de Bijbel gesproken over de dag als zijnde de laatste dag van deze tegenwoordige eeuw, de dag dat Christus zal wederkeren uit de hemel, de doden zal opwekken, het eindgericht zal houden en Zijn koninkrijk zal voltooien. Immers op die dag zal alles wat in de ‘duisternis’ gewerkt werd aan het ‘licht’ komen: Ef.5:13  maar als dat alles door het licht ontmaskerd wordt, komt het aan de dag; want al wat aan de dag komt is licht.

Iedereen die zich hier van bewust is, gaat een hekel krijgen aan alles wat tot de ‘nacht’ behoort. Het verlangen om open, klaar en helder, heel eenvoudig te leven, verdrijft de ‘nacht’ uit ons leven. De ‘nachtkleding’ willen we niet meer! Die past alleen bij de bezigheden van de ‘nacht’. Maar als we niets meer van doen willen hebben met de ‘bezigheden’, de ‘werken’ van de nacht, van de duisternis, dan willen we ons ‘bekleden’ met de ‘wapenrusting’ die we nodig hebben om alles tot stand te brengen wat bij de dag hoort.

Dit alles staat eigenlijk in onze tafeltekst: Waar we ‘de Dag’ zien naderen willen we de werken der duisternis afleggen. Dat wil zeggen, dat we alle bezigheden die tot de nacht behoren, willen afleggen, weg doen.

Als we in plaats van ‘nacht’ nu eens ‘vlees’ zetten: alles wat belangrijk is, kan zijn, voor het tijdgebonden leven. En voor ‘dag’ het woord ‘geest’ zetten: alles wat belangrijk is en met het hemelburgerschap te maken heeft, dan roept de tafeltekst ons op om alles opzij te schuiven, niet meer van belang te achten, wat alleen maar te maken heeft met het hier en nu, zonder God en: aandoen de wapenen des lichts.

Het woord ‘aandoen’ betekent: zich kleden in, verzinken in, zich omringd weten met. En het woord ‘wapenen’ heeft niet alleen met ‘oorlogstuig’ te maken, maar kan ook eenvoudig vertaald worden met: gereedschap om iets te maken.

Dan zie ik zo voor mij een werkplaats, waar een vrolijk lied klinkt en mensen met plezier bezig zijn om iets te maken, wat straks gebruikt zal worden; straks als de bazuin klinkt en Zijn voeten op de Olijfberg staan; als Zijn Rijk aanbreekt. Immers, onze tafeltekst spreekt toch eigenlijk van dat ogenblik, van die Dag…

Als we die Dag zien naderen, dan gaan we aan de slag; de nachtkleding uit, de werkkleding aan. Omringd door alle werktuigen die nodig zijn en gereedliggen, om de werken te werken, die God voor ons bereid heeft; al vóór de grondlegging van deze wereld!

Tafeltekst week 2018 – 04

 Reacties uitgeschakeld voor Tafeltekst week 2018 – 04
jan 192018
 

Ik ben de wijnstok, gij zijt de ranken. Wie in Mij blijft, gelijk Ik in hem, die draagt veel vrucht, want zonder Mij kunt gij niets doen.

Johannes 15:5

Wat een prachtige tekst voor deze week. Jezus vergelijkt Zich hier met een wijnstok, en degenen die van Hem zijn met de ranken, om daarmee uit te drukken hoe nauw de relatie tussen Hem en ons moet zijn.

Even daarvoor heeft Hij dit beeld ook gebruikt, maar dan in relatie tot onze hemelse Vader: Ik ben de ware wijnstok en mijn Vader is de landman. Toch is het beeld dat Hij in het eerste vers gebruikt anders dan in het vijfde. In onze tafeltekst voor deze week splitst Hij de wijnstok op in de wortelstam en de ranken, maar in het eerste vers doelt Hij op de hele plant.

Het is goed om te luisteren naar wat Jezus in de eerste verzen zegt, willen we de tekst voor deze week beter begrijpen: Let op wat de Landman (onze hemelse Vader) doet. Hij bekijkt elke rank met grote aandacht. Als Hij ziet dat er geen vruchten komen aan de rank, dan neemt Hij die tak weg, omdat deze tak niet beantwoordt aan het doel. Want het gaat bij de landman niet om de ranken, maar om de vruchten.

Daarom schenkt Hij alle aandacht aan de ranken die wel vrucht dragen. Vanaf het eerste begin let Hij er op, in vreugdevolle zorg, dat de vruchtbare ranken alles krijgen wat ze nodig hebben: lucht, zonlicht, en verder neemt Hij van deze vruchtbare ranken alles weg wat te veel is voor de volle ontwikkeling van de vruchten. Dan bloedt de rank misschien wel even en misschien begrijpt de rank niet waarom die prachtige zijtakken worden afgeknipt…

En nu de tekst voor deze week. Hierin vertelt Jezus hoe het komt dat er takken zijn die veel vrucht dragen. Heel eenvoudig, omdat een tak die niet volledig en gezond met Hem verbonden is, nooit vrucht kan dragen. Er kunnen wel bloesems aan komen, heel veelbelovend, maar na de bloei blijft er niets over.

Als dit tot ons doordringt, wat zullen we dan bij het lezen van de tekst van deze week bereid worden om met vreugde en verwondering het snoeimes van de Landman in ons leven van iedere dag toe te laten. Omdat het snoeimes van Hem in ons leven een teken is, dat we echt met Jezus verbonden zijn, als de rank met de wijnstok, en we daarom vol vertrouwen in de Landman mogen uitzien naar de vruchten, die heel zeker niet zullen uitblijven.

 

Tafeltekst week 2018 – 03

 Reacties uitgeschakeld voor Tafeltekst week 2018 – 03
jan 122018
 

Mijn schapen horen naar mijn stem en Ik ken ze en zij volgen Mij, en Ik geef hun eeuwig leven en zij zullen voorzeker niet verloren gaan in eeuwigheid en niemand zal ze uit mijn hand roven.

Johannes 10:27,28

Het woord ‘schaap’, als dat niet letterlijk voor een stuk kleinvee gebruikt wordt, heeft vaak niet zo’n gelukkige betekenis. ‘Arm schaap’, schaapachtig, enz. … Als in het Nieuwe Testament gesproken wordt over een ‘schaap’ dan wordt daarmee bedoeld: de altijd maar voortgaande – grazende – mens, die er in z’n eentje niet komen kan.

Dat beeld wordt doorbroken door wat er op volgt: zij horen naar Mijn stem. Dat woord ‘horen’ betekent hier niet: waarnemen, al zou dat al iets heel geweldigs zijn! Stel je toch voor dat we Zijn stem zouden ‘horen’! Nee, het werkwoord ‘horen’ betekent hier meer dan alleen maar ‘opmerken’, het betekent: leren gehoor geven aan onderwijzing of aan een leraar.

Daardoor komt er een eind aan het monotone voortjagen in de vanzelfsprekende sleur van iedere dag. De maar voortjakkerende mens wordt, door het gehoor geven aan de Stem van de Herder, tot een wakker en leergierig mensenkind. Het woord ‘stem’ moeten we ook goed begrijpen. Eigenlijk is het niet meer dan de klank, de toon, het geluid van gesproken woorden.

Wat heeft God al niet vaak tot ons gesproken, door de tijden heen. Ach, je weet wat er gezegd wordt, in de samenkomsten, in de toerustingsavonden . . . en je graast maar door, als mensen waarvan de Bijbel zegt: 2 Timotheüs 3:7 die zich te allen tijde laten leren, zonder ooit tot erkentenis der waarheid te kunnen komen. Ja, dan ‘graas’ je maar door, totdat . . .  je gehoor geeft aan de woorden die al zo vaak geklonken hebben. Dat is het wonder van de werking van de Heilige Geest in ons leven.

Wat zou het rijk zijn als we nu toch werkelijk stoppen met het verburgerlijkte voortjakkerende, grazende christelijke leven en Zijn Woord gingen verstaan! Want dan gaan we Jezus ‘volgen’. Dat betekent niets minder dan: ons als leerling bij Jezus voegen, ons bij Hem aansluiten om achter Hem aan te gaan, waarheen Hij ons ook voeren zal.

Pas in dat werkelijk als leerling Hem volgen, zullen we niet verhongeren, geestelijk armoe lijden, maar echt ‘leven’: verkeren in de toestand van iemand die levenskracht heeft of bezield is. En dat niet maar zo af en toe, maar eeuwig: zonder begin en einde, dat wat altijd geweest is en altijd   zal zijn. Dan verzadigen we ons altijd, eeuwig, bij de Bron, die Hij is.

Dat maakt dat we niet verloren gaan: vernietigd worden, geheel uit de weg geruimd worden, ten onder gaan, omkomen. Dan blijft er niets van het ‘schaapachtige’ over, nee, dan maakt Hij ons tot een koperen onneembare muur, zoals Jeremia het van God moet zeggen: Jeremia 15:20 Dan zal Ik u voor dit volk maken tot een koperen, onneembare muur, en zij zullen tegen u strijden, maar u niet overmogen; want Ik ben met u om u te helpen en te bevrijden, luidt het woord des HEREN. Wat een machtig woord van troost en bemoediging voor degenen die zo’n woord van God meekrijgen, het verdere leven in…

Jezus besluit Zijn woorden met: en niemand zal ze uit mijn hand roven. Dit is ongeveer dezelfde belofte als in de woorden van Jeremia naar voren komt, want het werkwoord ‘roven’ betekent: grijpen, met geweld wegnemen, beslag leggen op. Als we door het gehoor geven aan de woorden van Jezus veranderen van schaapachtige, voort jakkerende, verburgerlijkte christenen, tot leerlingen van de Allerhoogste, dan zijn we zó veilig in Zijn Hand, dat niemand ons daaruit kan roven. Dan hoeven we dus nooit meer op onszelf te passen, voor onszelf op te komen…

Wat zal er dan veel tijd overblijven, vrij komen, om ons geheel te gaan wijden aan de geweldige opdracht die Hij ons geeft om Zijn getuigen te zijn, een waarschuwingsteken voor de grote mensen-kudde, die voortjagend de (zelf)vernietiging tegemoet ‘graast’!

Tafeltekst week 2018 – 02

 Reacties uitgeschakeld voor Tafeltekst week 2018 – 02
jan 052018
 

HERE, wees ons genadig. Op U hopen wij; wees onze arm elke morgen, ja ons heil in tijd van benauwdheid.

                                                                                               Jesaja 33:2

In de tafeltekst van deze week wordt de kostbare Naam van God gebruikt: HERE. Altijd als dit woord in de Bijbel met hoofdletters geschreven staat, betekent dit dat hier de Naam van God staat, waarmee Hij Zich bekend heeft gemaakt aan Zijn volk Israël, toen Hij hen uit het slavenhuis redde.

Deze Naam van God was niet onbekend. In de geschriften, die Mozes gebruikte om het boek Genesis samen te stellen, komt deze Naam al voor. De oudste geschriften, waaronder de ‘Scheppingshymne’, ontstond al ruim 2500 jaar vóór Abraham. En in Mesopotamië liet Koning Hammurabi op een hoge zuil zijn wetten schrijven, waar tussen het zinnetje staat: de HERE is koning.

In het Hebreeuws staat, net als in het Nederlands, dit woord geschreven met vier letters; medeklinkers, zonder klinkers. Dat is moeilijk uit te spreken voor degenen die de taal niet zo goed kennen. Later heeft men er klinkers aan toegevoegd. Maar niet dié klinkers die bij de Naam horen, maar, uit eerbied voor deze heilige Naam, de klinkers van ‘adonai’: heer. Hierdoor ontstond het woord dat je uitspreekt als Jehova.

Maar de diepe betekenis van de werkelijke Naam van God is: ‘de (eeuwig) Bestaande’ of  ‘Ik ben er voor jullie’. Deze rijke betekenis is afgeleid van de basis van deze Naam, die gevormd wordt door het werkwoord ‘zijn’. De betekenis van dit ‘zijn’  is ook heel veelkleurig: 1) tot hulp zijn, 2) vervullen, 3) toebehoren, 4) omringen, en ga zo maar door.

De HERE is dus onze God, Die ons ter hulpe is, Die Zijn beloften aan ons vervult, aan wie wij toebehoren, Hij is het, Die ons omringt.

Tot deze God richten wij ons gebed: wees ons genadig. Het werkwoord ‘genadig zijn’ klinkt zo veel warmer als we het, heel terecht, vertalen met ‘genegenheid toedragen’. God ontfermt Zich over ons, omdat Hij ons liefheeft! Als wij bidden: wees ons genadig, dan spreken wij eigenlijk uit, dat wij ons willen overgeven aan Zijn genade: aan Zijn liefdevolle genegenheid.

Op U hopen wij. Dit ‘hopen’ is zo veel anders dan wij het kennen in: nou ja, ik hoop het… We mogen dit Hebreeuwse werkwoord ook best vertalen met: verwachten, vurig uitzien naar.

Wees onze arm elke morgen. Het woord ‘arm’ betekent veel meer: kracht. Zo wordt het ook heel vaak in de Bijbel vertaald. En elke morgen heeft simpel de betekenis van: altijd, van ogenblik tot ogenblik.

En dan het woord heil. Wat prachtig is dat, als we beseffen dat ook hier weer het Hebreeuwse woord  ‘Jeshoeah’ staat. Dit woord, dat wij vaak vertalen met ‘Jezus’ als eigennaam van onze Heer, betekent Redding, Verlossing.

Dan rest ons nog om het woord benauwdheid te bekijken. Dit woord is ook te vertalen met: nood, verdriet, onrust of moeilijkheid.

Natuurlijk laten we onze tafeltekst staan zoals hij in de Bijbel staat. Maar om de inhoud goed tot ons te laten doordringen volgt hier even een andere vertaling: God, U die er altijd voor ons wilt zijn, wij zien naar U uit, wees ieder ogenblik van de dag onze sterkte, ja onze verlossing, onze uitredding als we verdrietig, als we onrustig zijn.

 

Tafeltekst week 2018 – 01

 Reacties uitgeschakeld voor Tafeltekst week 2018 – 01
dec 292017
 

Zalig die slaven, die de heer bij zijn komst wakende zal aantreffen.                               

Lucas 12:37

Een heel korte tekst voor deze week. Maar natuurlijk staan deze woorden in verband met het voorafgaande. Daarom schrijven we dat hier maar even neer: Lucas 12:34, 35, 36 Want waar uw schat is, daar zal ook uw hart zijn. Laten uw lendenen omgord zijn en uw lampen brandende. En gij, weest gelijk aan mensen, die op hun heer wachten, wanneer hij van de bruiloft wederkeert, om hem, als hij komt en klopt, terstond te kunnen opendoen.

Het woordje ‘wachten’ is hier onderstreept, want daar gaat het om. Dit ‘wachten’ en het woord ‘wakende’ in onze tafeltekst drukken hetzelfde uit. Het werkwoord ‘wachten’ drukt iets heel bijzonders uit, wat het beste is weer te geven met: toegang geven tot zichzelf, iemand toelaten in je hart. Het heeft dus duidelijk met een warme relatie te maken; met een verlangen in ons hart om zo te zijn, om te behoren tot mensen, die op hun heer wachten.

Graag willen we ook wijzen op het woord ‘Heer’: kurios in het Grieks, wat ook vertaald kan worden met keizer. De betekenis van dit woord is: hij die meester of bezitter is van iemand (of iets) waarover hij de bevoegdheid heeft om te beslissen. Onze Heer is  op geen enkel gebied te vergelijken met een keizer of met een heer in deze wereld. Maar wel is Hij Heer in de diepste betekenis van het woord: hij die meester of bezitter is van iemand waarover hij de bevoegdheid heeft om te beslissen.

Voor iemand die Jezus niet kent is dit een bedreiging van je ‘privacy’. Maar voor hen die beleven Hem lief te hebben, geeft dit een gevoel van enorme veiligheid, geborgenheid, waardoor je altijd vanzelf naar Hem uitziet, Hem wil kennen in al je wegen. Dit is de betekenis van het woord ‘wachten’: Jezus toelaten in je leven, naar Hem verlangen…

Als we aan het woord ‘slaaf’ denken, dan heeft dat meestal iets negatiefs. De apostel Paulus waarschuwt ons: (1 Korintiërs 7:23)  Weest geen slaven van mensen, maar (Efeziërs 6:6)slaven van Christus die de wil Gods van harte doen. Het woord ‘slaaf’ betekent dan ook in de meest algemene zin van het woord: een bediende, toegewijd aan een ander, met veronachtzaming van eigen belangen. Of: iemand die zich aan de wil van een ander overgeeft.

De rijkdom in het ‘slaven van Christus’ zijn zit in het feit, dat het volkomen op basis van vrijwilligheid is! Wie de diepe keuze in zijn leven heeft gemaakt om zó een slaaf van Christus te zijn, kan niet anders dan op deze Bijbelse manier op zijn/haar Heer ‘wachten’. Dit doet je pas echt leven. Vandaar dat onze tafeltekst begint met de uitroep: Zalig!

Zalig klinkt heel erg ouderwets. Als het nog gebruikt wordt dan heeft het woord de betekenis van: verrukkelijk, lekker, heerlijk. Maar in Bijbelse zin betekent het: gelukkig, in de zin van: ‘voorspoedig’.

Nu weer terug naar de tafeltekst. Vrij vertaald zouden we kunnen neerschrijven: Voorspoedig zijn degenen, die de wil van God van harte doen. Hij die de bevoegdheid heeft om over hen te beslissen zal hen, die verlangen naar Zijn komst, wakende aantreffen.

Eigenlijk zijn we nog niet klaar met onze zo korte en bondige tafeltekst. Want graag willen we nog de onderstreepte woorden beschrijven. Eerst het woord ‘komst’. Naast de gewone betekenis van ‘komen’ heeft het een nog rijkere inhoud als we denken aan de vertaling hiervan als: te voorschijn komen, zich tonen. Degenen die naar Hem uitzien zeggen niet: “Daar komt ie an!” Nee, ze zullen verrukt zijn van Zijn verschijnen! En die vreugde kan er alleen maar zijn als degenen die naar Hem uitzien ‘wakende’ zijn. Dit waken betekent: zorgvuldige aandacht schenken aan, zodat niemand een plotselinge ramp overkomt door nalatigheid of luiheid. Zo staat het in het woordenboek. En zo moet het bij ons zijn:

Als Hij zich openbaart, kunnen we alleen van harte verrukt en vrolijk zijn, als we, tot op dat ogenblik, heel zorgvuldig, zonder nalatigheid of luiheid, met elkaar zijn omgegaan… Dan zullen we voorspoedig zijn, als de Heer bij Zijn komst ons zó zal aantreffen.

Ons zó zal ‘herkennen’ betekent dat!

 

 

Tafeltekst week 2017 – 52

 Reacties uitgeschakeld voor Tafeltekst week 2017 – 52
dec 222017
 

Ik ben als een licht in de wereld geko­men, opdat een ieder, die in Mij ge­looft, niet in de duister­nis blijve.

                                                                                                           Johannes 12:46

Deze week, hoe toepasselijk in de ‘Kerstmaand’, een tekst over het licht. Het woord ‘licht’ kan vertaald worden met alles wat de duisternis verdrijft: vuur, omdat het licht geeft, vlam etc. Maar daarom kan het ook een diepere betekenis hebben: het vermogen om te begrijpen, maar vooral morele en geestelijke waarheden.

Jezus zegt hier, vele jaren na Bethlehem: Ik ben gekomen, d.w.z. Ik ben in het openbaar verschenen om mensen, die in de duisternis zijn, het vermogen te geven om geestelijke waarheden te begrijpen.

Paulus zegt in zijn brief aan de Gemeente te Korinte: Doch een ongeestelijk mens aanvaardt niet hetgeen van de Geest Gods is, want het is hem dwaasheid en hij kan het niet verstaan, omdat het slechts geestelijk te beoordelen is. (1 Kor.2:14) Niemand is het dus kwalijk te nemen dat hij, uit zichzelf, de dingen van Gods Koninkrijk niet kan verstaan. Maar Jezus heeft eerder gezegd: Dit is het oordeel, dat het licht in de wereld gekomen is en de mensen de duisternis liever gehad hebben dan het licht, want hun werken waren boos. (Joh.3:19) 

We mogen hieruit leren, dat ieder mens die zich schaamt voor zichzelf, niet in het licht durft te komen om niet ontdekt te worden aan zijn rottigheid. Hij blijft dan dus liever in de ‘duisternis’: daar waar het licht afwezig is.

Als je diep in je hart weet dat er niets van klopt, maar het geloof, het vertrouwen ontbreekt, dat er iemand is die alles goed kan maken, dan durf je niet in het licht te komen en blijf je liever vertrouwd met de duisternis.

God heeft de Gemeente gegeven, waar allereerst liefde is; voor elkaar en voor de wereld om ons heen. Alleen die liefde geeft veiligheid en vertrouwen, geloof, dat God Zich ontfermt. Dan alleen durft een mens zich bloot te geven: in het Licht te komen. Er moet dus eerst dit vertrouwen komen dat God, onvoorwaardelijk, alle dingen nieuw maakt, voordat een mens in het Licht durft te komen. God veroordeelt niemand die niet in het licht durft te komen en dus liever in de duisternis wil blijven. Nee, daar waar de Gemeente van Christus is, daar is in de eerste plaats Gods liefde en veiligheid. En daar waar God zo aanwezig is, daar groeit het verlangen om in het licht te komen.

Als die veiligheid er echt is, maar de mens de geborgenheid van God niet aangrijpt om in het licht te komen, dan blijft er niets anders over dan het rechtvaardig oordeel van God, omdat: de mensen de duisternis liever gehad hebben dan het licht, want hun werken waren boos.

Nu gaan we terug naar de tafeltekst voor deze week: Ik ben als een licht in de wereld geko­men, opdat een ieder, die in Mij ge­looft, niet in de duister­nis blijve. Jezus heeft Zich geopenbaard, is verschenen, in deze wereld, opdat niemand in de duisternis hoeft te ‘blijven’: uitzichtloos te blijven ronddolen in het niets.

Maar deze uitredding uit de duisternis is alleen mogelijk, als we ons zo toevertrouwen aan Hem, dat we ons niet meer schamen voor onszelf, voor alle dwaze ijver om, ronddolend in het duister, nog wat te lijken…

Laat de tafeltekst voor deze week voor ons een oproep zijn, om zo met elkaar Gemeente van Christus te zijn, dat iedereen die we meenemen naar ons samen-zijn, zich veilig gaat voelen. Dan gaat het verlangen naar het Licht het winnen van de angst, waardoor je wel in de duisternis zou moeten blijven ronddolen…

Als de viering van de komst van de Messias in deze wereld ons gelukkig maakt, dan zal ons dat niet zonder vrucht laten: mensen zullen ons geluk zien en verlangen om met ons in het Licht te komen. Dan hoeft niemand meer in de duisternis te blijven, omdat onder ons blijkt dat Jezus daadwerkelijk gekomen is om ons in staat te stellen gelukkig te worden met alles wat God ons in Christus schenkt. Wie zou dan nog, onveranderd, willen blijven ronddolen in de uitzichtloosheid van deze wereld?!