14 – Wie zich bij name geroepen weet, respecteert de identiteit van de ander

 
want zonder mij

God roept niet vanuit een wazigheid, maar God openbaart zich in onze tijd door middel van de Zijnen in wie Hij gestalte heeft gekregen, mensen uit deze wereld, door het tonen van persoonlijke betrokkenheid, door warmte, liefde, medeleven. Hij roept niet alleen, Hij trekt hen uit deze wereld door hen te boeien door het leven, waaraan Hij door Zijn Geest gestalte geeft in de Zijnen. Geen verbalisme, maar leven dat zich identificeren wil met de ander. We zouden kunnen zeggen, dat God de mensen van deze wereld bij name er uit roept door middel van de Zijnen, die met de liefde en warmte van Christus midden in deze maatschappij persoonlijke belangstelling tonen voor hen, die misschien zelf nog nooit naar God gevraagd hebben.

Deze formulering geeft meteen duidelijk gestalte aan de Gemeente van Christus: Een geopende deur naar iedereen, zonder voorwaarden, zonder reserve, als Jezus die Zijn armen uitbreidde en riep: “Komt tot Mij, allen, die vermoeid en belast zijt en Ik zal u rust geven” (Matth. 11:28). Maar dan niet met de ogen naar de hemel gericht, maar heel persoonlijk naar de mens, de naaste. Zoals God de tijd neemt voor ons, zo nemen wij de tijd voor de naasten, omdat iedere ziel kostbaarder is dan al het goud van deze wereld.

Als Jezus zegt: “maakt al de volkeren tot Mijn discipelen”, dan kan hij niet massaal gedacht hebben aan volken, maar aan mensen uit alle volken, stammen en naties der wereld. Massa’s kunnen tot een systeem, tot een ideologie bekeerd worden, maar mensen worden persoonlijk geroepen tot een persoonlijke liefdesrelatie met de Levende Here. Paulus zegt: “Wordt mijn navolgers, gelijk ook ik (niet wij) Christus navolg” (1 Cor. 11:1).

 

<< Vorige hoofdstuk  <<                                       >>  Volgende hoofdstuk >>