8 – Wereldgeesten: denkpatronen van deze wereld

 
want zonder mij

Door wat ik hiervoor genoemd heb, wil ik duidelijk maken, dat ik ga begrijpen, dat niet door de kerk, maar door de ekklèsia de vervulling van de Wet en de Profeten in Christus Jezus gestalte krijgt. Hierbij vat ik onder het woordje kerk alles samen wat te maken heeft met de ‘wereldgeesten’ (stoicheia), waar de apostel Paulus het zo vaak over heeft.

Zouden de lezers van de brieven van Paulus het begrip wereldgeesten duidelijker hebben begrepen dan wij? Zou het woord ‘stoicheia’ misschien een bekend begrip vertegenwoordigen in die tijd? Voor ons is het in elk geval geen vertrouwd begrip en daarom wil ik er even over uitweiden. Letterlijk betekent stoicheia: basisprincipes, grondpatronen, het abc. Wereldgeesten (Col. 2:8) zou dan vertaald kunnen worden met denk(grond)patronen -van deze wereld. Deze denkpatronen van de wijsbegeerte, van de traditie staan tegenover de denkpatronen van God!

Wat ik hier zeg is een van de basis-boodschappen van de Bijbel: ,,Ik ben de Here … die de wijzen doe terugwijken en hun kennis tot dwaasheid maak”, zegt de profeet Jesaja al (44:24,25). En Paulus neemt dit over: “Heeft God niet de wijsheid der wereld tot dwaasheid gemaakt? Want: daar de wereld in de wijsheid van God, door haar (eigen)wijsheid, God niet gekend heeft … ” (1 Cor. 1:20,21). “Bewerende wijs te zijn, zijn zij dwaas geworden.” “En daar zij het verwerpelijk achtten (beter vertaald: niet de moeite waard vonden) God te erkennen (erkentelijkheid te bewijzen), heeft God hen overgegeven aan een verwerpelijk denken (Rom. 1:22,28). “Dit toch is, al staat het in een roep van wijsheid met zijn eigendunkelijke godsdienst, … zonder enige waarde en dient slechts tot bevrediging van het vlees” (Col. 2:23).

Paulus zegt, dat zolang wij niet met Christus afgestorven zijn aan de denkpatronen van deze wereld (Col. 2:20), onze godsdienst zonder enige waarde is! Zolang wij de Bijbel nog aanvaarden als Woord van God, mogen we daar niet zomaar aan voorbijgaan. Immers, het is niet zo maar een enkele uitspraak, een enkele tekst, maar een boodschap van de hele Schrift!

Toen de mens zich weer bewust werd van de waarde van zijn eigen denken (Renaissance) werd ook binnen het kerkelijk denken de draad van het Hellenisme weer opgenomen, wat uitmondde in de Verlichting.

Ongetwijfeld heeft de Verlichting veel verwording in het kerkelijk denken aan de kaak gesteld, en zo zuiverend gewerkt. Maar de kerk heeft zich niet verootmoedigd. De felle aanval van de Verlichting heeft haar niet doen verlangen naar de terugkeer tot haar eigen bronnen. Neen, kenmerkend voor de kerk van alle eeuwen is steeds weer geweest dat zij, blijkbaar vervreemd van haar eigen Bron, zich steeds weigerde te verootmoedigen in een radicale terugkeer tot haar Heer, maar zich aanpaste, zich aannemelijk maakte voor de wereld om haar heen en daardoor verwereldlijkte. Zo werd ze steeds weer van vervolgde tot erkende kerk, van onteerde tot vereerde kerk, hierbij steeds haar door de wereld gekruisigde Heer verloochenend.

Veroordeel ik nu, beschuldig ik nu?! Ja, ik veroordeel, ik beschuldig. Maar niet de kerk door alle eeuwen heen, maar de kerk in ons eigen hart: die drang naar erkenning, naar macht, naar succes, naar resultaat. En daar komen we alleen van af door verlossing; verlossing van onze eigendunkelijke, aannemelijke godsdienstigheid, verlossing van de denkpatronen van deze wereld.

 

<< Vorige hoofdstuk  <<                                       >>  Volgende hoofdstuk >>