16 – Uit deze wereld

 
want zonder mij

“Mozes nu nam een tent en spande haar voor zich uit buiten de legerplaats, ver van de legerplaats, en noemde haar: tent der samenkomst. Ieder, die de Here zocht, ging uit naar de tent der samenkomst, die buiten de legerplaats was” (Ex. 33:7).

Het is zeker dertig jaar gelden dat deze tekst voor mij een openbaring van God werd. Deze tekst heeft mijn leven tot nu toe bepaald, gestuurd en bijgestuurd. Ik wil proberen er wat over te vertellen.

De legerplaats is de aanduiding van de plek, waar het gehele volk Israël dat uit Egypte was bevrijd, bij elkaar was. Zij werden door de Here uit Egypte geleid, volgens hun legerscharen (Ex. 12:51). “Ten strijde toegerust trokken de Israëlieten op uit het land Egypte” (Ex. 13:18). Een onvoorstelbaar gebeuren. De ene dag nog een slavenvolk, de volgende dag een strijdbaar leger.

In de film ‘De tien geboden’ trof mij een prachtig beeld: Vanaf een heuvel in de woestijn zag je Israël als een tot de strijd toegerust leger de woestijn intrekken, 12 stammen, 12 cohorten; machtig, imponerend. Maar dan zoomt de lens in en zie je een close-up: een wiel van een te zwaar geladen wagen breekt aan stukken, een groep ganzen gaat de verkeerde kant op en wordt tevergeefs tot de orde geroepen; een oude man bezwijkt haast onder de lichte, voor hem toch te zware last. .. Volgens hun legerscharen. . .

Wat een prachtig beeld, wat levensecht! Op een afstand imponerend, van dichtbij zo vreselijk gewoon, maar toch: uitgeleid uit het slavenhuis … de barre woestijn door … naar het Beloofde Land. Dag en nacht voorttrekkend: “Zonder ophouden bleef de wolkkolom des daags en de vuurkolom des nachts aan de spits van het volk” (Ex. 13:22).

Wat een geweldig gebeuren, wat een openbaring van God! Wie zoiets meemaakt, moet wel geloven. Maar toch morde het volk bij Mara (Ex. 15:22 v.v.) en in de woestijn Sin (Ex. 16:2). Wie eens een voettocht door deze woestijn gemaakt heeft, beseft hoeveel geloofsvertrouwen er nodig is om niet te morren!

Wat is de legerplaats van Israël een beeld van de kerk, ook in onze tijd. De kerk, hoe dan ook, met krakende wielen, met voortsukkelende mensen, toch door God, door de eeuwen heen, in standgehouden, ondanks al het morren en de afgoderij. Over afgoderij gesproken: Het gouden kalf!

God heeft zich machtig geopenbaard op de Sinaï, zo indrukwekkend, dat het volk antwoordt met: “Alles wat de Here gesproken heeft, zullen we doen” (Ex. 19:8). Dat is een echte verbondssluiting: God spreekt en het volk antwoordt (Ex. 24:3). Alles wordt klaargemaakt voor de verbondssluiting en nogmaals leest Mozes de Woorden Gods voor en het volk antwoordt met: “Alles wat de Here gesproken heeft, zullen wij doen en daarnaar zullen wij horen” (:7). Dan sprengt Mozes het bloed op het volk en zegt: “Zie, het bloed van het verbond dat de Here met u sluit” (Ex. 24:7 v.v.). Het volk Israël wist met Wie zij het verbond sloten: de God die hen uit het land Egypte, uit het slavenhuis geleid had.

Wat een geweldig begin. Maar ruim een maand later zeggen zij dezelfde woorden tegen. . . het gouden kalf: “Dit is uw god, Israël, die u uit het land Egypte heeft gevoerd” (Ex. 32:4). En wat een geweldig feest wordt dan gevierd! Waarom zo’n uitbundig feest ineens? Omdat de Levende Here te vrezen is, maar het gouden kalf niet! De Levende Here kon je zo maar ineens doen optrekken, verder de woestijn in, misschien wel midden in de nacht. Dat heb je niet in de hand. Dat maakt je afhankelijk Maar het gouden kalf, dat neem je samen in een plechtige processie op je schouders als je samen beslist: Kom, laat ons verder trekken. Zo houd je de situatie in de hand, dat maakt je onafhankelijk. Deskundigheid, overleg en wat ervaring brengen het gouden kalf bijna tot leven!

Kan het orthodoxer toegaan dan bij het gouden kalf: Dit is uw god, die u uit het land Egypte heeft gevoerd!? Kan het orthodoxer dan de historie aan God toe te schrijven en de toekomst in eigen hand te nemen!? Mozes was niet zo orthodox als het volk; hij spreekt de Levende Here tegen! God heeft gesproken: “Nu dan, laat Mij begaan, dat Mijn toorn tegen hen ontbrande … , maar u zal Ik tot een groot volk maken” (Ex. 32:10).

Welke oprechte christen zou vandaag aan de dag de moed hebben het Woord dat God gesproken heeft tegen te spreken? Ja, ze zijn er geweest en ze zullen er zijn. Niet alleen Abraham (Gen. 18:22 v.v.) of Mozes (Ex. 32:11 v.v.), maar door alle eeuwen heen zijn er gelovigen geweest, die priesterlijk op de bres hebben gestaan voor een hardnekkig volk, onbesneden van hart (Jer. 9:26).

Een sektarische geest zal zich boven de zonde van de ander verheffen, maar de met Gods Geest vervulde mens zal zich identificeren met de zonde van zijn naaste.

Zoals Jezus van Nazareth deed toen Hij in de rij van zondaren ging staan om Zich door Johannes de Doper te laten dopen met de doop tot bekering van de zonde (Matth. 3:13).

En zoals Mozes deed! Hij zei tegen God: “Maar nu, vergeef toch hun zonde – en zo niet, delg mij dan uit het boek (des Levens), dat Gij geschreven hebt” (Ex. 32:32). Maar Mozes bad niet alleen tot God, hij deed ook wat. En dat staat geschreven in het gedeelte waar ik dit hoofdstuk mee begon: Ex. 33: 7. Mozes bouwde een tent der samenkomst buiten de legerplaats, ver van de legerplaats.

Zoals we al zagen was de legerplaats de plek waar het uitverkoren volk verbleef in de woestijn. De woestijn is een beeld van de wereld, vervreemd van God. Door een louteringstocht dwars door de van God vervreemde wereld brengt God Zijn volk naar het Beloofde Land. Niet de woestijnvolken, maar Gods volk zondigt door het maken van een afgodsbeeld. God dreigt niet de woestijnvolken te vernietigen, maar Zijn volk. Mozes doet geen voorspraak voor de wereld, maar voor Gods volk (Ex. 32:32) en bouwt uit liefde voor het volk en Zijn God een tent der samenkomst ver buiten de legerplaats, opdat God Zijn volk genadig zal zijn (Ex. 32:32) en opdat de wereld rondom niet zou spotten (Ex. 32: 12).

Nu een grote sprong naar het begin van het Nieuwe Testament: Jezus, de afstraling van Gods heerlijkheid en de afdruk van Gods wezen (Hebr. 1:3) komt tot Gods volk. Maar Gods volk verwerpt Hem (Joh. 1: 11) zoals destijds in de woestijn Mozes verworpen werd (Ex. 32!).

Vanaf dat moment zondert Jezus Zijn Gemeente af uit het volk Israël (Matth. 13:11-17), zoals Mozes door middel van de tent der samenkomst de Israëlieten afzonderde, die de afhankelijkheid van de Levende Here verkozen boven de liturgie van het gouden kalf (Ex. 33:7b).

Mozes deed dit niet opdat God Zijn rechtvaardig oordeel zou kunnen uitvoeren (Ex. 32:10), maar opdat de vreze des Heren weer zou terugkeren in de gehele legerplaats (Ex. 33: 10).

De tent der samenkomst, een beeld van de Gemeente van Christus, heeft zoals al gezegd, een tweeledig doel: ten eerste dat God Zijn volk genadig zal zijn, en ten tweede dat hierdoor Egypte en alle volkeren der aarde de Naam van God zouden eren (Ex. 9:16). Zo heeft ook de Gemeente een tweeledig doel: ten eerste, dat (de legerplaats) de kerk verzoening ontvangt over haar afgodendienst, door middel van de Godvrezenden die ver buiten de (legerplaats) kerk samenkomen om de Levende Here te eren, zodat, ten tweede, de Naam des Heren niet bespot, doch geëerd zal worden door alle volken der aarde. Door de hele kerkgeschiedenis heen zijn de goden van de wereld een verleiding geweest. Een god is iemand of iets, waar je op vertrouwt, buiten jezelf. Paulus zegt dat er veel goden zijn (1 Cor.8:5b). De wereldgoden: macht, geld, wetenschap, hebben het, aan de kerk toevertrouwde evangelie eeuw in eeuw uit, geweld aan gedaan.

Als een zuurdesem is er altijd de Gemeente geweest, door de wereld niet begrepen, door de kerk vervolgd, maar door de eeuwen heen gedragen in de armen van haar Heer (Deut. 1:31), door Hem zelf gebouwd (Matth. 16:18); bijkans uitgeroeid, doch nimmer echt door de vorst der duisternis overweldigd; bevrijdend en heilbrengend voor allen, die treuren op eigen gekozen wegen (Jes. 57:18).

 

<< Vorige hoofdstuk  <<                                       >>  Volgende hoofdstuk >>