15 – God, schepper van de tijd, neemt de tijd!

 
want zonder mij

Zo’n persoonlijke bemoeiing van God met ieder mens is voor het hele mensdom altijd een moeilijk te vatten zaak geweest. Dat komt omdat wij mensen, die eens naar het beeld van God geschapen, na de zondeval niet anders kunnen dan een Godsbeeld te scheppen naar ons beeld: “Bewerende wijs te zijn, zijn zij dwaas geworden, en zij hebben de majesteit van de onvergankelijke God vervangen door hetgeen gelijkt op het beeld van een vergankelijk mens … ” (Rom. 1:22,23).

Het is voor ons, tijdgebonden mensen, onvoorstelbaar dat God tijd zou hebben voor een persoonlijke bemoeiing met vier miljard mensen. Vergetende dat God ook Schepper is van de tijd, menen we dat God het te druk zou krijgen. En dat God betrokken wil zijn bij elk detail van ons leven, elke gedachtegang …

Een mens moet echt uit de Geest geboren zijn om, door ervaring in de wandel met de Levende Here, te geloven dat God als onze Hemelse Vader zo innig bij ons, Zijn kinderen, betrokken wil zijn. Alleen als we door Hem bij name uit de denkpatronen van deze wereld verlost zijn, en door Zijn Geest een vernieuwd denken hebben ontvangen, worden we ons, geestelijk, bewust hoe dwaas het is naast enige godsdienstige uren nog een ‘normaal’ leven te leiden. Alleen het uit de Geest geboren leven beseft, hoe we God verdriet doen, met zo’n gespleten leven.

“Ken Hem in al uw wegen, dan zal Hij uw paden recht maken” (Spr. 3:6) zegt al de Oudtestamentische wijsheid. “Nu gij Christus Jezus, de Here, aanvaard hebt, wandelt in Hem” (Col. 2:6), zegt Paulus, ‘geworteld’ als een rank aan de wijnstok (Joh. 15:5) worden we dan opgebouwd in Hem. Dan worden we vast in het geloof, overvloeiend van dankzegging (Col. 2:7). Wanneer die liefdesrelatie met Hem betrouwbaar is gebleken (1 Cor. 4:2), kan God ons gebruiken als Zijn betrouwbare gezanten (2 Cor. 5:20).

Dan gaan we verstaan dat voor de Gemeente van Christus de Handelingen der apostelen nooit geëindigd zijn, maar voortgaan tot op de Dag van Christus! Dan kan het dus ook ons overkomen, dat God, in Zijn persoonlijke bemoeiing met alle mensen, tot ons zegt: “voeg u bij deze wagen” (Hand. 8:29). Door beproefde geloofslevens heen kan de Here ook nu nog dagelijks toevoegen aan de kring van hen die behouden worden: ekklèsia (Hand. 2:47).

 

<< Vorige hoofdstuk  <<                                       >>  Volgende hoofdstuk >>