7 – Gemeente en kerk verdragen elkaar niet

 
want zonder mij

Ik ben me er diep van bewust, dat het beeld dat ik, naar mijn overtuiging vanuit de Bijbel schilder, iets totaal anders is dan de kerk van onze tijd, ja, van alle eeuwen. Het is gebleken dat kerk en ekklèsia, hoewel heel vaak verweven, elkaar niet verdragen.

Al in de begintijd, nadat de kerk een staatskerk was geworden en haar decreten uitzond vanuit haar concilies (± 320 na Chr.) werden gelovigen door de kerk gedood.

Het eerst bekende voorbeeld is Priscillianus en zes volgelingen, 385 na Chr. Priscillianen waren volgens de officiële kerk gevaarlijke sektariërs, aanhangers van het Manicheïsme en van de Gnosis, die een zondig en verderfelijk leven leidden. Zij dienden vervolgd en uitgeroeid te worden (uitspraak van de synode van Braga, 176 jaar na de executie). Alle boeken van Priscillianus zijn verbrand. Bovengenoemde uitspraken over Priscillianus zijn niet van hem, maar over hem.

Zelfs al zouden deze uitspraken over Priscillianus juist zijn geweest, de onthoofding van hem en de zijnen heeft niets met de geest van Christus te maken, maar met de geest van de machthebbers van deze wereld.

In 1886 vond Georg Schepss in de universiteitsbibliotheek van Nürnberg elf heel oude boeken, die bleken tot de oudste geschriften te behoren waarin veel aanhalingen uit de Schrift staan, wetenschappelijk van groot belang.

Maar het bleek dat deze elf boeken, werken van de vermoorde Priscillianus waren, die een heel andere man bleek te zijn in zijn eigen spreken, dan wat over hem gezegd was tot in de synode van Braga toe. Hij was een man met grote kennis van het Oude en Nieuwe Testament. Hij beschrijft in zijn werken, dat zij de gewoonte hadden om met elkaar Bijbel te lezen, waar leken en vrouwen ook aan deelnamen; dat zij weigerden om het Heilig Avondmaal te hebben tezamen met frivole en wereldgezinde mensen. In zijn tijd was er een hevige strijd in de kerk over de Drie-eenheid van God. Hij schrijft hierover “dat hij geen behoefte had aan zulk een dispuut mee te doen, omdat het voor hem voldoende was te weten dat in Christus de enig waarachtige God alleen te bevatten is door de bijstand van de Geest van God.” (uit: “Priscillianus, Ein Reformator des Vierten Jahrhunderts” Fr. Paret. 1891).

Waarom ik dit zo uitgebreid beschrijf? Omdat deze strijd van de kerk tegen de ekklèsia al begonnen is toen het Sanhedrin Jezus aan het kruis overgaf en niet zal eindigen dan bij de terugkeer van Jezus op aarde. “Trouwens, allen, die in Christus Jezus godvruchtig willen leven, zullen vervolgd worden” (2 Tim.3:12). “… een bewijs van het rechtvaardig oordeel Gods, dat gij het koninkrijk Gods waardg geacht zijt” (2 Thess. 1:5).

 

<< Vorige hoofdstuk  <<                                       >>  Volgende hoofdstuk >>