13 – Bij name geroepen

 
want zonder mij

De ekklèsia is de vergadering van mensen die door God bij name er toe geroepen zijn.

Vanuit het Oude Testament weten we hoe Abraham bij name geroepen werd (Gen. 22:1). Hetzelfde geldt voor Mozes (Ex. 3:4). In het Nieuwe Testament lezen wij hetzelfde b.v. bij Saulus (Hand. 9:4) en Cornelius (Hand. 10:4).

Uit deze voorbeelden blijkt hoe God een heel persoonlijke bemoeiing heeft met mensen. Ik geloof niet dat we daarom ieder persoonlijk een stem uit de hemel moeten horen, die ons bij onze naam roept, willen we tot de Gemeente van Christus kunnen behoren. Het is belangrijk te weten dat God een heel persoonlijke bemoeiing met ons heeft. “Zie, Ik sta aan de deur en Ik klop. Indien iemand naar Mijn stem hoort en de deur opent, Ik zal bij hem binnenkomen en maaltijd met hem houden en hij met Mij” (Op. 3:20). God klopt aan de deur en Hij roept bij de deur. Maar Hij wacht op een persoonlijk antwoord: “Indien iemand naar Mijn stem hoort en de deur opent”.

Ook hier gaat het weer om actie van God en reactie van de mens. God proclameert Zijn verzoeningsgezindheid, maar vraagt om antwoord: “Laat u verzoenen” (2 Cor. 5). God klopt, God roept. Dit te weten is niet genoeg. Onze reactie moet zijn: de deur openen, binnenlaten en maaltijd houden, Hij met ons, maar ook wij met Hem.

Weten is niet genoeg: “De kennis maakt opgeblazen, maar de liefde sticht”, zegt Paulus (1 Cor. 8:2). Kennis kun je verwerven zonder relatie. Theologische kennis kun je verwerven, cum laude slagen in de godgeleerdheid, zonder een persoonlijke relatie met de God, waar je zo veel over weet. De duivel weet nog meer over God te vertellen dan alle theologen bij elkaar, maar hij blijft Satan, de tegenstander, want hij heeft geen liefdesrelatie met God.

Al zijn we nog zo zuiver in de leer, zonder een persoonlijke relatie met God brengt de leer ons geen stap verder: “Indien iemand zich inbeeldt enige kennis verworven te hebben, dan heeft hij nog niet leren kennen zoals het behoort; maar heeft iemand God lief, dan is deze door Hem gekend” (1 Cor. 8:2), zegt Paulus en ergens anders: “Nu gij echter God hebt leren kennen, ja meer nog, door God gekend zijt, hoe kunt gij thans terugkeren tot die zwakke en armelijke denkpatronen van deze wereld?” (Gal. 4:9). Paulus was een jood. In beide laatstgenoemde teksten voelt Paulus kennelijk dat het Griekse woord voor kennen niet hetzelfde inhoudt als het Hebreeuwse werkwoord jada: kennen, weten. jada houdt in: iets wederzijds kennen, weten. Het Bijbelse kennen heeft met relatie, liefdesrelatie te maken en beslist niet met een zakelijke kennis vergaren over.

 

<< Vorige hoofdstuk  <<                                       >>  Volgende hoofdstuk >>